Fondsen zeggen: Geen honger in Amsterdam!

De coronacrisis dendert onverminderd voort. ‘Velen worden door de crisis geraakt, maar voor een grote groep mensen in Nederland zijn de gevolgen levensbedreigend. Zij hebben niet of nauwelijks te eten’, aldus Elise Kant, directeur van de Haëlla Stichting, voorzitter van het Landelijk Fondsen Overleg en initiatiefneemster en oprichter van Kleinecoronahulp.nl.

Bij de start van de coronacrisis werd al snel duidelijk dat er hulp moest komen voor de groepen mensen die direct geraakt werden door deze pandemie. Mensen die vechten tegen eenzaamheid, geen dak boven hun hoofd hebben of in de schrijnende situatie terecht zijn gekomen dat zij geen eten meer kunnen kopen voor hunzelf of voor hun gezin. De Haëlla Stichting kwam toen met het idee voor Kleinecoronahulp en benaderde Fonds 1818. Meteen werden de handen ineengeslagen en werd gestart met een klein startkapitaal en de website www.Kleinecoronahulp.nl. Nadat er een e-mail aan het Landelijk Fondsen Overleg werd gestuurd met de vraag: ‘Wie doet er mee?’ sloten zich binnen 2 weken 10 fondsen bij dit initiatief aan. In de weken die volgden kwamen er spontane aanmeldingen van andere fondsen. Een gesprek over een aanvraag voor spatschermen voor duo fietsen, leidde via de voorzitter daarvan naar het Fonds Stichting Gezondheidszorg Spaarneland van Zilveren Kruis en een storting van 25.000 euro van dit vermogensfonds. Inmiddels hebben 31 fondsen zich aangesloten om dit initiatief te ondersteunen en is de totale bijdrage meer dan 5 ton. Een prachtig verbond dat in tijden van nood laat zien dat saamhorigheid bestaat.

Elise: ‘Wat ik zo fascinerend vind aan de fondsenwereld is dat wanneer er een goed idee is dat goed onderbouwd is fondsen zonder aarzelen meedoen. En daar komt bovenop dat samenwerken niet alleen geld storten betekent, maar ook meedenken en het werken naar een oplossing voor deze problematiek vanuit een gezamenlijk perspectief.’ ‘Ik word omringd door fondsen en mensen die advies willen geven en constructief samen willen werken. Dat geeft een gevoel van saamhorigheid. Er is niet, zoals in de wereld waar ik vandaan kom, voortdurend concurrentie. Ieder kan zijn eigen rol pakken. Wij kunnen dus snel met elkaar schakelen. Dat zorgde en zorgt ervoor dat we vlot tot uitvoering konden over gaan en onze aandacht konden richten op waar het om gaat, namelijk hulp bieden aan mensen in nood’ ‘De samenwerking tussen al deze fondsen is al een bijzondere mijlpaal. Maar wat opvalt is dat wij nu ook steeds meer worden benaderd door het bedrijfsleven en zelfs een ministerie. We zijn een serieuze speler. Bedrijven zoeken ons steeds meer op en zij willen meehelpen en op hun manier bijdragen aan ons gezamenlijke doel. Onze joint effort blijft zich dan ook in de breedte ontwikkelen. Onze focus blijft echter liggen op het oplossen van de noodvragen in het hier en nu. Maar intussen kijken wij ook hoe wij in samenwerkingsverband structurele en systemische veranderingen kunnen teweegbrengen zodat wij ook op de lange termijn een rol kunnen spelen die bij de fondsen past’

Voedselinkoop-project in Amsterdam Een goed voorbeeld is het voedselinkoop project in Amsterdam. Een aantal fondsen is sinds het begin van de coronacrisis in contact met Human Aid Now. Een organisatie die al begonnen was met grootschalig voedsel inkopen voor een aantal voedselprojecten voor ongedocumenteerden. Door de lokale initiatieven die bekend waren bij KleineCoronahulp (en bij een aantal anderen), ook te verbinden aan Human Aid zorgen wij er nu samen voor dat een veel groter aantal mensen geholpen kan worden. In totaal gaat het om 7000 mensen (ongedocumenteerden en mensen die net buiten de voedselbank vallen) in Amsterdam. Een dikke pluim aan Roomsch Catholijk Oude Armen Kantoor (RCOAK), Kansfonds en Oranjefonds die er naast de Haëlla Stichting voor zorgden dat we heel snel op konden schalen.

Elise: ‘Het gaat ook om verbinden, om mensen en instanties bij elkaar brengen. In deze casus betekende dat ook er een nauwe samenwerking werd ontwikkeld met het Rode Kruis, de gemeente Amsterdam en de Voedselbank. Deze verbinding heeft geleid tot een unieke effectieve en efficiënte hulpverlening en afstemming tussen instanties, gemeente en fondsen. Zonder de inzet van de fondsen was dit niet gebeurd. Het is mooi om te zien hoe een plannetje dat in maart aan de keukentafel werd geboren nu is uitgegroeid tot een groot Kleinecoronahulp voor de directe kleine projecten én een grote spinoff zowel in bij elkaar gebracht geld als een nieuwe vorm van afstemming en samenwerking.

‘Als laatste, Ik werk nu een jaar als directeur van de Haëlla Stichting en wat mij opvalt is hoe bewust fondsen zich zijn van hun bijzondere positie. De noodzaak om relevant te zijn wordt zwaar gevoeld. Omdat fondsen eigenlijk een soort vrije vogels zijn kunnen ze dingen uitproberen, experimenteren en nieuwe samenwerkingsverbanden zoeken. Dat zie je op dit moment in initiatieven op vrij geld van het Kansfonds, een groot programma op het voorkomen van jeugdtrauma’s door een samenwerking tusssen de Triodos Foundation, Stichting FEMI, Janivo Stichting, de Haëlla Stichting, Augeo Foundation en de Samenwerkende Gezondheidsfondsen, én in Kleinecoronahulp waarin 35 fondsen, 2 bedrijven en 1 rotary samenwerken en er gesprekken gaande zijn met nog een aantal fondsen en bedrijven.

Fondsen springen in de gaten die vallen en kunnen dan als het moet snel schakelen en opschalen. Daarmee zijn ze een belangrijke speler. Interessant was om te zien wat het effect in Amsterdam was van het voedselproject op de samenwerking.

'De uitdaging is nu om dit nog verder te tillen naar systemische verandering. Ik zie zoveel energie en enthousiasme om dat te doen. Dat is denk ik de ideale combinatie, actief in het hier en nu, in het klein én in het groot, en tegelijk gezamenlijke inzet op tegengaan van ongelijkheid in al zijn facetten en armoede.'

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Elise Kant, directeur van de Haëlla Stichting.

‘Ik geloof echt in samenwerking. Laten wij dat samen nog veel meer gaan doen.'