Er zijn in Nederland bijna 7 miljoen vrijwilligers. Toch missen wij jou nog!

Onder deze pakkende slogan is op 2 december het Nationaal Jaar Vrijwillige Inzet knallend van start gegaan. Met dit speciale jaar vragen vrijwilligersorganisaties meer aandacht voor de verbindende waarde van vrijwilligerswerk in een tijd waarin de urgentie van iets doen voor elkaar en de samenleving alleen maar toeneemt. Al 6,7 miljoen van de Nederlanders zet zich vrijwillig in, toch zijn er nog meer vrijwilligers nodig!

De filantropie draait op twee motoren: vrijwilligerswerk en financiering. Beiden zeer relevant! Maar zonder vrijwilligers kan de filantropie, letterlijk, niet bestaan. Voor een gezonde en goed draaiende sector is het dan ook van groot belang dat wij onze vrijwilligers koesteren zodat wij, de fondsen, ook onze doelen kunnen blijven behalen en dat is helpen waar dit nodig is! Meer schouders, Juist nu In Nederland zetten jaarlijks al miljoenen mensen zich vrijwillig in voor anderen en hun omgeving. Dat lijkt heel veel, toch neemt de vraag naar vrijwilligers toe. Juist in deze tijd van corona, en straks ook in het nieuwe normaal, draagt vrijwilligerswerk bij aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken zoals toenemende armoede, eenzaamheid en behoefte aan zorg. Naast de bestaande behoefte aan vrijwilligers voor maatschappelijke activiteiten zoals voor besturen, natuuronderhoud, plezier, aandacht, schoonheid, veiligheid, dagbesteding en opvang, is het van belang dat meer mensen de urgentie alsook het plezier voelen om vrijwilligerswerk te doen. Belangrijke thema’s Op 2 december heeft de feestelijke opening van dit bijzondere jaar plaatsgevonden. Tijdens deze online show met een aantal bijzondere gasten, werden prangende vragen omtrent dit thema besproken.

Vrijwillige inzet is heel belangrijk voor de Nederlandse samenleving en het doen van vrijwilligerswerk is zeker niet altijd vanzelfsprekend. Van de 14,7 miljoen mensen ouder dan 15 jaar doen er bijna 7 miljoen vrijwilligerswerk. Waarom doen de andere 8 miljoen het niet? Wat missen zij eraan? Wat betekent vrijwillige inzet voor Nederland, juist nu, in deze tijd? Hoe staat het ervoor met vrijwillige inzet in Nederland? En welke rol speelt de overheid en het bedrijfsleven hierin? Een levendige discussie wat heeft geleid tot vernieuwende, bekende maar ook verrassende inzichten.

Wilt uw fonds bijdragen aan het Jaar van de Vrijwillige Inzet? U bent zeer welkom! Klikt u hier om meer te lezen over hoe u hier vorm aan kunt geven. Ook nodigt Mensen maken Nederland u uit om vrijwilligersorganisaties uit uw netwerk op de kansen van het Nationaal Jaar te attenderen. Het Nationaal Jaar Vrijwillige Inzet is er voor alle organisaties die met vrijwilligers werken.

Marjolijn en Sandy samen op de motor, volledig in hun element

Lr Fotografie Rotterdam

Het verhaal van de vrijwilligers zelf!

Marjolijn en Sandy Motorrijden voor het goede doel

Wat dertig jaar geleden begon als een weddenschap tussen twee mannen is uitgegroeid tot de grootste estafette run van Europa: de Roparun. Ro van Rotterdam, Pa van Parijs en run, nou, je snapt het, op dit stuk wordt hardgelopen. Lang, intens en met velen: 275 teams bestaande uit 40 personen en nog 400 andere vrijwilligers eromheen. Politievrouwen Marjolijn en Sandy van de eenheid Den Haag zijn twee van die vrijwilligers. De start van de Roparun is de dag na de finish. Dat klinkt als een heel vreemde hardloopwedstrijd, maar niets is minder waar: om het evenement mogelijk te maken, zijn vijf betaalde krachten en honderden vrijwilligers het hele jaar bezig met plannen en regelen. Daarmee beginnen ze min of meer de dag na de finish van de vorige editie. Niet alleen moet de routes worden uitgezet en nieuwe jasjes worden besteld, ook worden goede doelen gekozen. Deze run is namelijk niet zomaar een hardloopwedstrijd: er wordt door het rennen geld ingezameld voor goede doelen. 'Jaarlijks zo’n 5 miljoen euro', weet Sandy, 'en sinds de oprichting al 88 miljoen.' De mannen van de weddenschap waren trouwens Sjaak en Peter. Ze daagden elkaar uit om van Rotterdam naar Parijs te rennen en lieten zich sponsoren. Er bleef veel geld over waarvoor ze een goed doel zochten en hadden de smaak te pakken. De uitdaging keerde het jaar daarop terug, de route werd in omgekeerde richting gelopen, kreeg een naam en een vast doel voor de opbrengsten: palliatieve zorg voor mensen met kanker. Met het geld worden bijvoorbeeld hospices ondersteund, de aanschaf van koppelbedden en hoofdhuidkoelers gefinancierd en pruiken ontwikkeld. Het motorteam Sandy is er al voor de zeventiende keer bij. Haar collega Marjolijn twijfelde al langer, ze voelde zich nog niet zo ervaren als motorrijder, maar toen Sandy op een dag riep ‘en nu kom je erbij!’, ging ze de uitdaging aan. Beide dames rijden in hun vrije tijd graag motor en maken met zo’n veertig mannen (en één andere vrouw) deel uit van het motorteam. Marjolijn is er dit jaar voor de zesde keer bij. 'Tegenwoordig is de Run zo groot dat er zowel in Frankrijk als Duitsland wordt gestart, om de drukte op de route te spreiden. Ook beginnen de teams op verschillende tijden, zodat nergens opstoppingen ontstaan.' Teams bestaan uit een groep renners met eromheen mensen die zorgen voor de opbouw van een slaapplek, eten en er is ook altijd een masseur en fysiotherapeut bij voor de nodige fysieke zorg. Elke renner heeft een fietser voor en achter zich rijden en soms gaat er zelfs een psycholoog mee. Stop & Go De motorrijders rijden al zigzaggend de route op en neer en checken bij de teams en kampen of alles goed gaat. Voor hun inzet is het wel handig dat ze beide bij de politie werken, want er moet door het motorteam worden toegezien op de veiligheid. Niet alleen voor de deelnemers zelf, maar ook om te zorgen dat ze het jaar erop ook weer welkom zijn in de dorpen waar ze doorheen trekken. De toezichthouders werken natuurlijk niet allemaal bij de politie, maar Marjolijn weet wel dat ze geselecteerd worden op hun vaardigheden om te kunnen handhaven waar nodig. 'Wat veel gebeurt en niet mag, is parkeren in de berm. Je moet bedenken dat elk team met een busje rijdt en steeds moet stoppen voor een wissel van de lopers. Als al die busjes in de berm gaan staan, gaat de boel kapot. Je moet de chauffeurs er dan even op wijzen dat ze elders parkeren moeten voor de wissel.' De regels worden meestal netjes nageleefd, maar heel soms gebeurt er iets wat je na jaren nog steeds weet. Zo trof Sandy eens een team aan dat hun kamp had opgezet op een begraafplaats. 'Waslijnen met kleding hing tussen de grafzerken, dat kan natuurlijk echt niet!' Aan haar de taak om ze vriendelijk doch dringend te verzoeken hun slaapplekken elders op te bouwen. 'We werken met een ‘stop & go’ systeem. Bij overtreding van de regels, kan een team twee minuten tijdsvertraging krijgen. Het is niet veel, maar ze vinden het toch niet fijn om stil te moeten staan.' Support Handhaven is een belangrijk onderdeel van het werk, maar gelukkig op de laatste dag bijna niet meer nodig. Iedereen weet dan wel hoe het zit en de motorrijders kunnen hun aandacht verleggen naar het ondersteunen van de renners. Marjolijn vindt dit altijd het mooiste. 'Iedereen zit er de laatste dag doorheen, maar wil wel de finish halen. We gaan dan bijvoorbeeld om te ze supporten met een groepje aan de weg staan en juichen als ze voorbij komen. We praten op ze in als het nodig is en moedigen aan. Meestal zijn ze ons er zo dankbaar voor dat ze bij het afsluitende feest nog even komen bedanken voor alles wat we hebben gedaan voor ze.' Er wordt weinig geslapen in die drie dagen tijd. De hardlopers gaan dag en nacht in estafette door. Marjolijn, Sandy en de andere motorrijders hebben een rusttijd van zes uur, waarin gegeten en geslapen moet worden. Om te voorkomen dat beide dames als ze weer aan het werk moeten op het politiebureau met wallen bij het koffieapparaat staan te gapen, wordt er de dag na het evenement altijd een extra dag vrij ingepland. Sandy gaat dan traditiegetrouw naar de sauna en daar loopt ze dan altijd een boel andere Roparunners tegen het lijf. Even bijkomen. En de dag erna start alles weer van voren af aan. Op naar de finish!

Tekst NOV/De verhalenmaker